Benoemingsbeleid

 

De dragers van de beschreven identiteit in de school zijn de onderwijsgevenden. Derhalve wordt in de sollicitatieprocedure veel aandacht besteed aan de identiteit van de school en van de kandidaat.
Wij maken gebruik van de benoemingscriteria, zoals hieronder omschreven.

 

Benoemingscriteria

 

1.       Het te benoemen/benoemde personeelslid onderschrijft de grondslag en het doel van de vereniging, waarvan de school uitgaat. Haar grondslag is het eeuwig en onfeilbaar Woord van God. Haar beginsel is dat de opvoeding en het onderwijs van de kinderen geheel in overeenstemming moet zijn met de in de Bijbel geopenbaarde wil van God, zoals deze in de drie formulieren van Enigheid van de Gereformeerde Kerken dezer landen (vastgesteld in de Synode van Dordrecht, gehouden in de jaren zestienhonderd achttien en zestienhonderd negentien) nader omschreven is.

 

2.       Het te benoemen/benoemde personeelslid belijdt dat de mens dood is door de misdaden en zonden, tenzij hij/zij door de Geest van God wedergeboren wordt (Joh.3:3; Ef.2:1; H.C. vraag en antwoord 8). Hij/zij belijdt tevens dat er onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden dan de Naam van Jezus Christus (Hand. 4:12), Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing (1 Kor.1:30; H.C. vraag en antwoord 18).

Het te benoemen/benoemde personeelslid verklaart, dat alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, hetgeen komt van de Heilige Geest. Die dat werkt in onze harten door de verkondiging van het Heilig Evangelie, en het sterkt door het gebruik van de Sacramenten (Ef.2:8; 1 Petr.1:23: H.C. vraag en antwoord 65).

 

3.       Regel is dat het te benoemen/benoemde personeelslid (belijdend) lid is van een kerkgenootschap, dat de grondslag en belijdenisgeschriften, genoemd in punt 1, onderschrijft. Van het te benoemen/benoemde personeelslid wordt verwacht dat hij/zij trouw de kerkdiensten bezoekt.

 

4.       Het te benoemen/benoemde personeelslid dient de schooltijd met zijn/haar groep te beginnen met gebed en het zingen van een psalmvers en evt. meerdere geestelijke liederen. De schooltijd wordt besloten met dankgebed.

Dagelijks wordt begonnen met Bijbelonderwijs. Er wordt gebruik gemaakt van de Bijbel in de Statenvertaling en van de psalmberijming van 1773. Voor de geestelijke liederen wordt verwezen naar de criteria, die in federatief verband zijn vastgesteld.

 

5.       Het te benoemen/benoemde personeelslid onderschrijft de visie dat de Bijbel geen ruimte geeft aan het moderne emancipatiedenken, dat het gerechtvaardigde onderscheid tussen man en vrouw ontkent. Terwijl in Gods Woord aan de ene kant duidelijk sprake is van gelijkwaardigheid van man en vrouw is er vanuit de schepping ook duidelijk onderscheid. De afspraak is om dit ook in kleding tot uitdrukking te brengen.

 

6.       Op grond van de Bijbel wordt het huwelijk (tussen man en vrouw) beschouwd als enige samenlevingsvorm waarbinnen de seksualiteit als een gave van God haar plaats heeft. Andere samenlevingsvormen worden door het personeelslid als in strijd met Gods Woord afgewezen.

 

7.       Het te benoemen/benoemde personeelslid belijdt dat Gods Woord ook gezag heeft ten aanzien van de verhoudingen tussen ouders en kinderen, tussen werkgevers en werknemers, tussen directie en overig personeel en derhalve ook in de verhoudingen tussen bestuur, personeel, ouders en leerlingen in en rondom de school. (zie Ef.6:1-9; Kol.3:18-25; Rom.13:1-3).

 

8.       Het te benoemen/benoemde personeelslid heeft een positiefkritische houding ten aanzien van het gebruik van de media.

 

9.       Tevens verplicht het te benoemen/benoemde personeelslid zich in zijn/haar levenswandel een goed voorbeeld voor de leerlingen te zijn overeenkomstig het hierboven gestelde.